Petten Petten op klompen
Klompen

                                                                                                                       


Regelmatig heb ik kontakt met Wil Janssen van Camperduin. Wil is de vraagbaak als het gaat om de historie van de duinstreek van
Camperduin tot Schoorldam.  Hij heeft o.a. samen met Will Conijn gewerkt aan de achtste uitgave van 'Vrienden van de Hondsbossche',
1989, 'H.M.S. Prince George' van slagschip tot kustverdediging. Naar dit schip doet hij tot op de dag van heden nog steeds onderzoek.

Via zijn vele kontakten kwam Wil in 2007 op het spoor van een drietal fotorolletjes met de daarbij behorende afdrukken. 
Al snel werd duidelijk dat het hier ging om foto's van het vooroorlogse Petten. 


POK - WWW

Een van de mooiste dorpen uit de Kop van Noord-Holland was voor de laatste
wereldoorlog zonder twijfel Petten.


Dat Petten, aan de andere kant van de Hondsbossche, niet zijn specialisme is belemmerde hem niet om meteen op zoek te gaan
naar oud-Pettemers die wellicht nog weten wie of wat er op staat of wanneer de foto's gemaakt zijn.

Met de aantekeningen van Wil z'n eerste interviews hebben ook Piet Schager en Frans Vriendjes nog de nodige mensen gesproken. 
De foto's zijn aan de hand van de leeftijd van de kinderen vrij nauwkeurig te dateren. De foto's moeten gemaakt zijn in 1934 en zijn 
grofweg te onderscheiden in drie categorieën:

1. dijkwerkers

2. dorpsbewoners (al dan niet aan het werk)

3. schooljeugd

De gesprekken met deze oud-Pettemers was een behoorlijk tijdrovende klus. Over het algemeen werden vele personen op de foto’s
herkend op het eerste gezicht, dit werd dan door anderen bevestigd. Dorpsbewoners in de eerste helft van de vorige eeuw kenden
elkaar allemaal bij (bij)naam, ze zorgden voor elkaar als dat nodig was en er was een groot saamhorigheidsgevoel.  

Een beetje als 'Dit dorp, ik weet nog hoe het was' van Wim Sonneveld.

Ook waren er personen die echt door niemand herkend werden. Misschien van mensen die niet of heel kort in Petten gewoond hebben. 
Ook speelde in de herkenning de leeftijd van de “ondervraagde” een rol, vooral in het herkennen van de schooljeugd. De mensen, 
geboren in 1920 en de jaren daarvoor zagen daar toch minder k
ennis aan, behalve als er een familieband was.

Na de verkregen namen uit de interviews te hebben vergeleken met het genealogische Petten-bestand van Piet Schager en bestaande
(school)foto's uit het Zijper Museum te Schagerbrug is er toch een behoorlijk resultaat geboekt. De meeste gezichten van de foto’s
hebben nu een naam gekregen. Door de foto’s op deze site te plaatsen lukt het misschien om nog een aantal namen te achterhalen.

Heeft u aanvulling dan graag via mijn mail E-MAIL

 'Dit dorp, ik weet nog hoe het was' 

Thuis heb ik nog een ansichtkaart     
Waarop een kerk, een kar met paard

Een slagerij J. van der Ven
Een kroeg, een juffrouw op de fiets
Het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets
Maar het is waar ik geboren ben
Dit dorp, ik weet nog hoe ’t was
De boerenkinderen in de klas
Een kar die ratelt op de keien
Het raadhuis met een pomp ervoor
enz.enz.
                                            
'Het Dorp van Wim Sonneveld' 
Het raadhuis met een pomp ervoor

Petten op klompen
Fotoserie 1000.
Fotoserie 2000.
Fotoserie 3000.

Op deze pagina staan foto's waarvan ik het Wie / Waar en/of Wanneer nog niet weet. Weet u het ?



Petten, wat was dat voor een dorp eind jaren dertig van de vorige eeuw.

In het archief van de Koningklijke Nederlandse Redding Maatschappij vond ik een beschrijving (schrijver onbekend) van het dorp vlak voor
de overgang naar de gemeente Zijpe op 1 mei 1929. STAATSBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN (No. 28), 21-02-1929.
Bij deze overgang waren er 363 inwoners (178 mannen en 185 vrouwen).
Noord-Holland in woord en beeld
2e jaargang No.51, 20-11-1926


Titel : H.S. Eriks - Burgemeester van Petten
                                                                                                       Ligging en verkeer.

Petten is thans een kleine gemeente, die voor het grootste gedeelte uit duingrond bestaat en voor het andere deel uit polderland.
Het dorp is onder aan den dijk gelegen, even voordat deze overgaat tot duin. Tot voor een eeuw geleden lag de gemeente zeer
geïsoleerd. Door het graven van het Groot Noord Hollandsch Kanaal in 1825 is hier eenigszins verbetering ingekomen.
Men kon Petten tenminste per boot vrij dicht naderen.


Algemeene Kaart van het Groot Amsterdamsch Kanaal door Noord-Holland - anoniem 1825.
                            Algemeene Kaart van het Groot Amsterdamsch Kanaal door Noord-Holland - anoniem 1825.

Bij Koninklijk Besluit van 1817 bepaalde Willem I: “Er zal zijn een kanaal van Amsterdam naar Den Helder.” 
Als belangrijkste functie zag hij de economische ontsluiting van Noord-Holland. Daarnaast heeft het kanaal ook grote gevolgen gehad voor het waterbeheer. 
De afwatering in noordelijke richting door de Zijpe werd sterk verbeterd. De Zijpe behoorde sindsdien feitelijk tot de Schermerboezem.
De uitvoering was in handen van Jan Blanken Jansz., inspecteur-generaal van de Waterstaat. Uitgever Maaskamp heeft zich voor zijn kaart gebaseerd
op de werktekeningen van Blanken. Die vermoedelijk op zijn beurt weer gebruik heeft gemaakt van de kaart van Uitwaterende Sluizen.

Hollands Noorderkwartier in kaart 1994.
Hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen in Hollands Noorderkwartier 1994.



In 1913 werd de tramlijn Alkmaar - Schagen geopend, maar Petten bleef nog ver van het meest nabijzijnd
station verwijderd. Thans is van zeer groot belang geworden de autobusdienst Alkmaar - Helder, langs het kanaal.
Eveneens de autobusdienst  Alkmaar - Camperduin, die driemaal in de week doorgaat tot Petten.

POK - WWW - Autobusdienst 1927



Autobusdienst Alkmaar - CamperduinAutobusdienst Alkmaar - Camperduin
                                                                              Autobus
dienst Alkmaar - Camperduin.

Eerste bus van de fa. de Jong uit Schoorl bij café Camperduin.

Voorste rij v.l.n.r. Wim de Waard uit Petten, Dina Bestevaar, Trien Koopman en Grietje Koopman.
Achterste rij v.l.n.r. postbode Piet Praat uit Groet en de buschauffeur.
Op de bus Jan Vriendjes met dochter Geertruida.


Toch zal Petten, hoewel het nu meer in het verkeer is opgenomen een uithoek blijven. Het dorp is namelijk slechts vanuit het Zuiden te
bereiken. Een doorgaand verkeer is dus onmogelijk en dit zal voorloopig nog wel zoo blijven, daar de bestaande toestand toch wel aan
de eischen voldoet. Verkeer te water bestaat niet. Petten ligt pl.m. 3 KM van het Groot Noord-Hollandsch Kanaal verwijderd, doch staat
hiermee niet in verbinding. 

                                                                                    Stand der bevolking                                                    

                            Het aantal inwoners der gemeente bedroeg op 1 januari 1928 345 zielen. Uit oude kronieken blijkt, dat in vroegere eeuwen het zielental
                            veel meer bedroeg. De statistiek over den stand der bevolking is bijgehouden vanaf 1839 en hieruit merkte ik op, dat vanaf dit jaar het
                            aantal inwoners ongeveer constant is gebleven. Ook het aantal vertrekkenden en komenden was vrijwel constant. Het aantal geboorten
                            van de laatste 25 jaren bedraagt gemiddeld 7, terwijl de statistiek bij een ongeveer even groot aantal inwoners in de vorige eeuw
                            gemiddeld 15 aanwijst. Het sterftecijfer van de laatste 25 jaar bedraagt gemiddeld 5. In de 19e eeuw gemiddeld 12.

                            Deze verschijnselen zijn tegenwoordig in de beschaafde ontwikkelde wereld vrij algemeen en Petten maakt hierop dus geen uitzondering.
                            Het aantal gezinnen bedraagt ongeveer 80, de gemiddelde grootte ervan is dus ruim 4.

                                                                                  De bestaansmiddelen. 

De middelen van bestaan zijn in Petten zeer eenzijdig. De beschikbare te gebruiken grond van de toch al kleine gemeente is gering. 
De grootste helft is duingrond, die slechts op heel weinig plaatsen een weinig tuinbouw toelaat. Een langgerekte duinpan (het z.g. Korfwater)
heeft men tot weiland omgewerkt.



Korfwater


De andere helft is vruchtbaar polderland. Men beoefent er uitsluitend veeteelt. 10% van dien grond behoort aan boeren, die buiten de
gemeente wonen n.l. in Zype en Schoorl. De overige grond behoort aan een stuk of 9 boeren die met hun arbeiders ongeveer 10% van 
de arbeidende bevolking vormen. Vroeger, zelfs tot 1910 maakten zij zelf boter en kaas, thans gaat alles naar de fabriek in de Zijpe.

Verder zijn er nog eenige ambtenaren, neringdoenden en ambachtslieden (zooals timmerman en metselaar) die allen een behoorlijk
bestaan hebben. Verreweg het grootste deel, dus ongeveer 80% der bevolking werkt aan de zeeweringen.

 Deze arbeiders zijn te verdeelen in 2 groepen:

1e.    De arbeiders, die werken voor den Rijkswaterstaat, dus aan de Pettenerzeeweringen en
                     aan de strandhoofden. Gemiddeld werken hier 15 man aan.

           2e.    De arbeiders, die werken voor het Hoogheemraadschap, dus belast zijn met het onderhoud van de Hondsbossche zeewering. 
         Hier werken gemiddeld 50 man aan. 

De arbeiders voor den Rijkswaterstaat werken onder een aannemer. Een gewoon arbeider verdient daar f. 24,- per week. Een voorman
of steenzetter tot f. 27,- per week. De verhouding van de arbeiders onder elkaar en tot hun  werkgever is uitstekend.
Onder het werk heerscht er een prettige geest. De arbeiders zijn altijd bereidwillig, ook als er b.v. bijzonder zwaar werk te verrichten valt
of onder ongunstige weersomstandigheden.

Alcohol wordt onder het werk niet toegelaten.


POK - HR 1

v.l.n.r.:
Henk Rijs, op de grond (1914-2007) 
Gert Snip, in het wit (1917-2005)
Aris van der Vlies, op de rug (1896-1977)
Jan Schager (1909-1981)
Dirk Brommer, tangenbaas onder de bok (1895-1977)

                                            Uit privé collectie     (Genealogische gegevens Pieter (Piet) Schager (1940).


Ook bij het werk aan de Hondsbossche zeewering zijn deze gunstige verhoudingen tusschen werkgevers en werknemers. Hier verdienen
zij evenwel meer dan aan den Rijkswaterstaat, n.l. tot f. 30,- in de week. Bij de dijkwerkers van beide groepen geldt de 45 urige werkweek.
Het werk aan de Hondsbossche zeewering hebben de Pettemers gezamenlijk aangenomen voor een bepaalden prijs. De eventueele winst 
wordt dan ook gelijkelijk onder hen verdeeld. De loonen lijken heel veel voor het patteland. Maar men moet er rekening mee houden dat de
meeste arbeiders zelf geen groeneten en aardappelen kunnen verbouwen, daar ze veelal geen tuinen bezitten. Bovendien is hun uitrusting
zeer kostbaar en aan groote slijtage onderhevig. Toch zijn de loonen vrij behoorlijk en de arbeiders zijn met de bestaande toestanden dan 
ook zeer tevreden. Ontevredenheid en stakingen komen dan ook niet meer voor.

Vroeger toen de zeeweringen nog niet zoo goed onderhouden waren, was er veel werkeloosheid. Ook de loonen waren toen zeer 
onvoldoende. In 1916 is er dan ook een algemeene staking geweest na de overstrooming die vooral de Zuiderzeekust van Noord-Holland 
zeer geteisterd had, was daar zeer veel werk voor de dijkwerkers. Een groot aantal bekwame dijkwerkers was dringend noodig. 
Het gevolg was, dat er hooge loonen uitbetaald werden. De Hondsbossche zeewering had ook zwaar geleden, dus was ook daar overvloed
van werk. De loonen bleven echter hetzelfde. De Pettemers eischten ook een billijk loon: die eisch werd echter afgewezen. Zij gingen toen
tot de staking over. Het Hoogheemraadschap liet toen in allerijl dijkwerkers uit Sliedrecht komen. De Pettemers ontvingen deze menschen 
gastvrij en gaven hun onderdak. Zij haalden hen echter over niet te werken voor dat lage loon en dus weer te vertrekken, echter onder
voorwaarde dat ze terug zouden komen als de staking gewonnen was, want er was werk genoeg voor beide groepen. Dit is toen gebeurd 
en kort daarna hebben de Pettemers de staking gewonnen. Na dien tijd hebben ze ook altijd een behoorlijk loon gehad en zijn nu ook zeer
tevreden over hun bestaan.

Ook in heel veel andere zaken is er verbetering gekomen. Namelijk nu en dan moet er zeer zwaar werk verricht worden, o.a. aan het eind 
van de strandhoofden, waarbij de arbeiders tot hun hals toe in het water moeten staan. Nu is dit in den zomer en bij rustig weer niet zoo erg, 
maar in den winter en bij ongunstig weer is dit zeer ongezond en gevaarlijk bovendien door de sterke stroom. Vroeger hadden de arbeiders 
geen duikerpakken of pakken die zeer onvoldoende waren. Rheumatiek en bekleumingen waren er veelal het gevolg van. Thans voldoen de 
duikerpakken aan alle eischen en worden goed onderhouden. Ook wordt nu f. 0,50 extra uitbetaald per tij dat men in het duikerpak werkt.



                                POK - HR 2

 Piet Blom (1902-     ) en aannemer Klaas Schager 
 (1886-1967) in duikerspak.

                                            Uit privé collectie     (Genealogische gegevens Pieter (Piet) Schager (1940).


                           Men is afhankelijk van het getij, daar het meeste werk bij laag water moet gebeuren. Bij vloed is er niet veel werk, men vervoert dan
                           hoofdzakelijk het materiaal. Als er niets te doen is, stuurt men het werkvolk naar huis om dan het werk te hervatten bij eb. De werktijden 

zijn dus zeer onregelmatig. Soms werkt men ’s morgens vroeg en ’s avonds laat. Wanneer het weer geen werken toelaat op de dijk,
wordt toch het volle loon uitbetaald. Bijna alle arbeiders zijn aangesloten bij den Bond van Bouwvakarbeiders, onderafdeeling van het
N.V.V.

Werkeloosheid is er weinig en dan nog wel van korte duur. Dit heeft plaats in den winter en in den herfst en betreft hoogstens 3% der
bevolking. De werkloozen gaan dan soms arbeiden aan de Zuiderzeewerken, als ze daar tenminste geplaatst kunnen worden. 
De loonen zijn daar evenwel lager en men maakt er dan ook in het alleruiterste geval gebruik van. Heel zelden werken ze bij een boer, 
want de boeren hebben hun vaste knechten en de winter is voor den boer ook een slappe tijd. Soms verdienen de werkloozen nog wel 
een aardig daggeld bij het bergen van aangespoeld hout. Dit is echter een vrij zeldzaam geval.

Velen zien er een oplossing van het werkloozenvraagstuk in, als de bebossching van de duinen door het Staatsboschbeheer meer ter
hand werd genomen. Jaren geleden is er een groot oppervlak met dennen beplant, er wordt evenwel geen voortgang mee gemaakt. 
Al het beschikbare geld voor de bebossching wordt nu besteed aan de Schoorlse duinen. Deskundigen verzekerden mij, dat het in
Schoorl ook veel meer noodig is. De duinen zijn daar veel losser en verstuiven gemakkelijker. In Petten daarentegen zijn de duinen
vaster en hier en daar begroeid met gras, zoodat er zelfs geiten op kunnen weiden. Een andere moeilijkheid is, dat de tijd van het
onderhoud der bebossching, samenvalt met den tijd,  dat er aan de zeeweringen volop werk is. Bovendien bedraagt het loon, in het
Staatsboschbedrijf te Petten ongeveer de helft van het loon, dat aan de dijk verdient wordt. Toch worden er door bemiddeling van den
Burgemeester nog wel enkelen geplaatst. Gelukkig is de werkloosheid periodiek en van korten duur.


POK - HR 3

                              (Helm)planters in het Zwanenwater.
                               
                              Bovenste rij v.l.n.r.  Dirk Snip (1905-1883)
                                                               Jaap Vriesman, toezichthouder (?)
                                                               Aris van der Vlies, met zijn broer (1896-1977)   
                                                               Chiel van der Vlies 1904-1969)

                               Onderste rij v.l.n.r. Piet de Waard (1917-       )
                                                               Gert Snip (1917-2005)
                                                               Aris van der Vlies. Keeszn. (1916-1992)
                                                               Henk Rijs (1914-2007)
                                                                                                                               Uit privé collectie     (Genealogische gegevens Pieter (Piet) Schager (1940).
   


                           Er zullen mijns inziens niet veel plaatsen in Nederland zijn, waar zoo goed voor de ouden van dagen en hulpbehoevenden gezorgd
                           wordt als in Petten. Iedere arbeider staat namelijk aan het einde van de week als zijn loon ontvangen is f. 1,- af voor de ouden van dagen.
                           Alle arbeiders zijn lid van deze vereeniging. De wekelijksche gulden wordt met liefde betaald en ze zijn er trotsch op dat ze hun oudjes
                           zelf zoo goed onderhouden.

In 1926 werd f. 60,- per week uitgekeerd aan de ouden van dagen. In 1927 f. 51,50 doordat er enkelen overleden waren. Ze krijgen f. 5,- 
in de week ouderdomspensioen van het Hoogheemraadschap. Dit wordt dan door de vereenigng aangevuld tot f. 15,-. Dit laatste betreft 
voor man en vrouw. Als de man alleen is, wordt zijn wekelijksche toelage aangevuld tot f. 10,-. Als de vereeniging geld over heeft, 
wordt dit op de Boerenleenbank geplaatst. Bovendien bestaat er nog een soort ondersteuning en ziekenfonds, genaamd “Hulp in nood”. 
Bij ziekte betaalt het Hoogheemraadschap 6 achtereenvolgende weken het volle loon uit en in het geheel 13 weken in het jaar. 
Als men nu totaal geen recht meer heeft op loon, ontvangt men f. 11,16 per week van den Bond. De Vereeniging “Hulp in nood” 
geeft er dan nog f. 9,-- bij, zoolang tenminste de kas het toelaat. In het reglement is namelijk bepaald, dat er f. 500,- in kas moet blijven.

Aan het lidmaatschap van de vereeniging is ook nog gratis ziekenhuisverpleging verbonden. Door dit alles hebben de Pettemers een
onbezorgden ouden dag. Verder behoeven zij nooit in zorgen te zitten als de kostwinner van het gezin niet in staat is te werken. 
Het nadeel van dit alles is, dat de menschen soms onderstand krijgen, wanneer ze het in het geheel niet noodig hebben. Het is wel
gebeurd, dat menschen geld op de Bank hadden en toch onderstand kregen van de vereeniging.

De regeling van ondersteuning voor de nagelaten betrekkingen van den man is niet zoo volmaakt. Er wordt verondersteld, dat de
weduwe door haar kinderen onderhouden wordt, als regel gebeurt dit dan ook. Bovendien ontvangt ze f. 3,- staatspensioen en soms van
het Dorus Rijkersfonds of Helden-ter-Zee fonds f. 4,-- als haar man tenminste bij zijn leven bij de reddingsboot geweest is en reddingen
heeft verricht.                            

In laatste instantie kan men nog ondersteuning krijgen van het Burgerlijk Armbestuur en de Diaconie. Door al deze instellingen komen                       
er eigenlijk geen armen in de gemeente voor. Toch mag men hieruit niet de conclusie trekken, dat de finantieele toestand van de
gemeente rooskleurig is. De administratie en het bestuur van een dergelijke gemeente, die uit zoo weinig personen bestaat is veel
te kostbaar. Bovendien verdienen de menschen ongeveer allen evenveel, er zijn geen bepaalde groote vermogens te constateeren. 
Dit heeft tengevolge dat de lasten gelijkelijk op alle inwoners verhaald worden en dat de gemeente belastingen vergeleken met andere
gemeenten zeer hoog zijn. Voor de gemeentebelasting gaat men uit van een bestaand minimum van f. 600,- plus f. 50,- van elk kind. 
De belasting bedraagt nu 6% van het belastbaar inkomen plus 100 opcenten van de Rijksinkomstenbelasting. Vroeger toen het Rijk
nog subsidie gaf waren de belastingen normaal. Het Rijk is er echter mee opgehouden. Het Rijk wilde wel weer bijstaan op voorwaarde
dat de belastingen in Petten tot een hoog peil zouden worden opgevoerd. Dit is thans gebeurd. De rijkssubsidie blijft echter gering en
onvoldoende. De totale schulden bedragen f. 10.000,- Dit lijkt zeer weinig, maar dit is voor een dergelijke kleine gemeente beslist te
veel. De inkomsten zijn te gering om een regelmatige schulddelging toe te staan. Als er zich maar een paar kapitaalkrachtigen in de
gemeente vestigden, zou dit de gemeente zeer ten goede komen. De lasten van de andere gemeenteambtenaren zouden er 
aanmerkelijk door verlicht worden.

Mijns inziens bestaat er ook een groote tekortkoming in ons tegenwoordig belastingstelsel. Men kan thans 2 aan elkander grenzende
gemeenten aantreffen waarin de belastingen geweldig verschillen, alleen omdat in de eene gemeente toevallig meer kapitaalkrachtigen
wonen. Zou het niet beter zijn dat alles aan het Rijk kwam en dat het Rijk dit uitkeerde aan de gemeenten elk naar zijn behoefte? 
Voorlopig zal het voor Petten, wat dit finantieele vraagstuk betreft, een oplossing zijn, als de gemeente vereenigd werd met de veel
grootere en kapitaalkrachtige gemeente Zijpe. Deze kwestie van de vereeniging met Zijpe dateert reeds vanaf 1814. Telkens is deze
regeling afgewezen, maar thans zal het wel spoedig tot stand komen. Het is niet onwaarschijnlijk dat het met 1 Januari plaats vindt. 
Men heeft de volgende regeling getroffen: Het bestuur van Petten vervalt, Zijpe houdt hetzelfde bestuur. De gemeente Zijpe ondervindt
er geen finantieel nadeel van. De schulden worden namelijk overgenomen door Rijk en Provincie.

Wat de finantiën betreft is het dus een vooruitgang, de belastingen worden zeker lager, ook wordt de administratie veel vereenvoudigd.
Veel Pettemers zijn anders zeer persimistisch over de vereeniging met Zijpe. Zij vreezen dat het belang van Petten eenigszins op den
achtergrond komt. Petten kan men nu vergelijken met één groot gezin. Men kent elkanders belangen, grieven en verlangens. 
Ook de burgemeester kende elk van zijn gemeentenaren. Hij wist precies wat ze noodig hadden en kwam voor ieders belang op.
Niemand voelde zich bij den ander achteruitgezet. Maar of dit gemoedelijke blijven zal bij de vereeniging met een andere gemeente
met geheel andere belangen betwijfel ik zeer.

Alvorens ik nu overga tot de eigenlijke beschrijving van de bevolking van Petten wil ik nog enkele zaken vermelden, die van zeer veel
belang zijn voor de bevolking.

In de eerste plaats is daar de reddingsboot. De bemanning bestaat uit 14 koppen. Het zijn allen vrijwilligers, die er tot hun zestigste jaar
aan verbonden blijven. Bij heel veel oude Pettemers ziet men dan ook in de huiskamer een diploma van de Noord- en Zuid-Hollandsche
Reddingsmaatschappij hangen, dit wil dus zeggen, dat zij zich vaak met levensgevaar op zee gewaagd hebben om hun medemenschen
te redden. Tegenwoordig gebeurt het niet vaak meer, dat de boot en zijn bemanning hun diensten moeten bewijzen. Maar zoodra er een
schip in nood is, zijn zij ook altijd bereid te helpen, in welke moeilijke omstandigheden dit soms ook gebeuren moet. Op hun ouden dag
krijgen deze menschenredders van het Dorus Rijkers fonds of het Helden-ter-zee-fonds als het noodig is f. 4,- per week uitbetaald, maar
ook hun weduwen krijgen die ondersteuning daar deze hoewel niet direct actief, toch een groote rol hebben gespeeld.



Reddingboot Petten

Reddingboot Petten ca. 1912

Staand v.l.n.r.

Schipper Johannes Jokobus Gerrit (Jan) Blom (1879-1956)
Burgemeester Hendrik Simon Eriks (1876-1950)
Nicolaas (Klaas) Schager (1886-1967)
Jan Bruineman (1854-1932)
Arie Schaap (1876-1929)
Gerrit (Gert) Kuiper (1860-1934)
Pieter (Piet) Koopman (1867-1952)
Maarten Roozing (1881-1956)
Andries Siewertsen (1873-1939)
Jacob (Jaap) Visser (1873-1937)
Pieter (Piet) Glas (1886-1972)
Pieter (Piet) Hollander (1863-1940)
Pieter (Piet) Kuiper (1876-1943)

                            Zittend v.l.n.r.

                            Pieter (Piet) Schager (1876-1956)
                            Jacob (Jaap) Vriesman (1867-1961)
                            Jan Vriendtjes (1886-1962)
                            Philippus (Flip) de Graaff (1889-1976)


                                                                                           (Genealogische gegevens Pieter (Piet) Schager (1940).

                            Verder is van belang de strandvonderij. Vroeger strandden er meer schepen op de kust van Petten. Thans is de kustverlichting beter
                            georganiseerd en de zeilschepen zijn vervangen door stoomschepen. Toch spoelen er nog wel aanzienlijke massa’s hout aan. Op het
                            aanbrengen van het bericht bij den strandvonder (de Burgemeester in dit geval) dat er hout is aangespoeld is een premie gesteld.
                            Voor het vervoeren van het hout krijgt men een percentage van de opbrengst als arbeidsloon. Als het niet de moeite loont voor het
                            opbergen wordt het hout door de Pettemers zelf gebruikt, hoewel dit eigenlijk niet mag. Overigens staan de Pettemers niet ongunstig
                            bekend wat strandjutterij betreft.

Wat de brandweer betreft het volgende. Iedere mannelijke bewoner boven 18 jaar is verplicht zich bij het brandweercorps aan te sluiten.
Om onkosten uit te sparen wordt er evenwel 1x in het jaar geoefend. Brand is overigens een zeldzaam geval in Petten. Tegenwoordig is
er veel verbeterd. De aansluiting van de gemeente bij de provinciale waterleiding (vanaf Dec. 1923) zoodat men van de 3 slangen er 2
op de waterleiding kan zetten.

                                                                                                       De bevolking.

De Pettemers staan over het algemeen zeer gunstig bekend. Het zijn gulle hartelijke menschen, zeer voorkomend t.o.v. vreemdelingen.
Dit laatste laat elders in dit gedeelte van Noord Holland wel eens te wenschen over. Ook het gemeenschapsgevoel is zeer ontwikkeld,
de menschen voelen zich als het ware van één familie. Bovendien zijn ze zeer vooruitstrevend. De politieke verhoudingen zijn als het volgt:
De gemeenteraad bestaat uit 7 leden. Hiervan behooren 2 tot de V.D. en 5 tot de S.D.A.P. 5/7 van de bevolking is ook aangesloten bij
de S.D.A.P. de rest bij de V.D. Vroeger was dit niet zoo. pl.m. 50 jaar geleden was de bevolking slecht ontwikkeld. Men had onvoldoende
leerkrachten en de bevolking voelde over het algemeen weinig voor onderwijs. Bovendien waren de loonen slecht en heerschte er door
het onregelmatige onderhoud der zeeweringen veel werkeloosheid. In dien tijd was er armoede in Petten. In latere jaren is er van
overheidswege sterk op aangedrongen geregeld het onderwijs te volgen. Dit heeft geleid tot meer ontwikkeling en meer belangstelling
in politieke en maatschappelijke vraagstukken. Men raakte aan het denken en daar men onder slechte arbeidsvoorwaarden werkte
hadden veel socialistische leiders hier een grooten invloed, mannen als Domela Nieuwenhuis en Hugenholz e.a. kwamen hier
herhaaldelijk te spreken. Men ging zich toen algemeen organiseeren in den Bond van Bouwvakarbeiders. De Pettemers hebben toen
een jarenlange heftige strijd gevoerd om betere arbeidsvoorwaarden te krijgen. Dit leidde zooals ik reeds beschreven heb tot de staking
in 1916 met de voor de Pettemers gunstige gevolgen.

Thans zijn de arbeiders zeer tevreden over hun bestaan en voelen zich gelukkig in hun tegenwoordigen toestand. Dit weerspiegelt zich
in den Gemeenteraad, het gaat daar gemoedelijk toe, van een felle actie, van strijd is geen sprake. Er bestaat immers ook geen wrijving
meer. Er heeft dan ook, geen gemeenteraadsverkiezing plaats, men levert eenvoudig 2 lijsten in, een van de S.D.A.P. en een van de V.D.,
waarop in totaal 7 personen voorkomen, en met deze regeling heeft men altijd nog genoegen genomen.

In Petten bestaat 1 Openbare School. Hieraan zijn 2 onderwijzers en een assistente verbonden. Er zijn juist eenige leerlingen te kort om
recht te hebben op 3 leerkrachten. Maar omdat het toch voor het belang der kinderen gewenscht was, dat er een derde leerkracht kwam,
betalen de Pettemers gezamenlijk deze assistente. De bevolking gevoelt veel voor goed onderwijs. Er bestaat dan ook een zeer groot
contact tusschen de ouders en de onderwijzers. De ouderavonden worden druk bezocht. De ouders prenten de kinderen dan ook in, dat
de school geen noodzakelijk kwaad voor hen is, en dat leeren op school voor hun eigen belang is. Dit heeft dan ook tot gevolg, dat de
verhouding tusschen de onderwijzers en de kinderen uitmuntend is. Oneindig veel beter dan in sommige plaatsen van Noord Holland,
waar die verhouding soms zeer slecht is. De kinderen leeren over ’t algemeen vlot, van achterlijke kinderen is zoo goed als geen sprake.
Als ze van school zijn gaan ze meestal in een vak bij een baas buiten het dorp. Het einddoel blijft echter vroeg of laat aan de dijk te komen.

Heel zelden gaat er een naar de ambachtsschool of de H.B.S. in Alkmaar. Ook buiten de school gedragen de kinderen zich behoorlijk.
Vreemdelingen worden nooit door hen lastig gevallen. Rooken door kinderen ziet men nooit, omdat de ouders en de onderwijzers het
eenvoudig verbieden.

Voor de ouders bestaat er in den winter een cursus waar zij eenige algemeene ontwikkeling kunnen opdoen. Deze cursus wordt door de
volwassenen vrij druk bezocht, de gemeente subsidieert deze instelling dan ook. Men doet er eenige practische kennis op, zooals moeilijke
woorden verklaren, waren kennis, wat boekhouden, wiskunde, enz.

Ook wordt er veel gelezen in Petten. Er bestaat een goede schoolbibliotheek. De boeken worden soms ’s avonds in de huiskamer 
voorgelezen. Ook leent men veel boeken onder elkaar. Vroeger bestond er een leesbibliotheek, daar eenige menschen welwillend
hun talrijke boeken in bruikleen afstonden. Enkele van de menschen zijn naar elders vertrokken, en namen de boeken mee, zoodat de
bibliotheek moest worden opgeheven. Ook het lezen van de couranten is algemeen. Meestal wordt het “Volk” gelezen, maar ook veel
plaatselijke bladen zooals de Schager Courant of de Zijper Courant.

Wat de godsdienst betreft zijn de meesten N.D.Hervormd. Er is slechts een RK gezin, het godsdienst leven is hier zwak en om de veertien
dagen is er kerk, die dan door slechts enkele personen bezocht wordt. De catechisatie worden evenwel toch vrij druk bezocht, vooral op
aandringen der ouders. De meeste jongeren laten zich echter niet meer aannemen. Het godsdienstig leven nam vroeger een veel belangrijker
plaats in het leven der Pettemers in. Dat is echter geleidelijk verminderd. De meesten voelen er thans zeer weinig voor.

Het vereenigingsleven is voor zoo’n kleine plaats zeer ontwikkeld. Geen wonder. Petten ligt tamelijk ver verwijderd van grootere plaatsen,
zooals Alkmaar en Schagen, met hun tallooze gelegenheden voor ontspanning. Men is nu wel aangewezen op zijn eigen kleine gemeenschap.

In de eerste plaats is daar de vereeniging:

1.      “Het Algemeen Belang”. Deze vereeniging waarvan ook bijna ieder lid is zorgt voor het welzijn van de plaats. 
Men kan deze vereeniging het beste vergelijken met een vereeniging voor vreemdelingenverkeer, maar ook met de Maatschappij tot
het nut van ’t Algemeen. Deze vereeniging neemt het initiatief als er iets goeds te doen is voor het algemeen belang. De vereeniging
zorgt o.a. voor het onderhoud der ijsbaan steunt verschillende ondernemingen en instellingen zooals b.v. vroeger de Voetbalvereeniging,
draagt ook bij in de kosten van het salaris der assistente geeft bovendien enkele gezellige avonden in den winter.

2.      De Afd. Petten van de N.H. Vereeniging “Het Witte Kruis”. Van deze vereeniging voor ziekenverpleging is
zonder uitzondering elk gezinshoofd lid.

3.      De Vereeniging “Hulp in Nood” waarvan ik al gesproken heb.

4.      De Boerenleenbank. Ook hier is bijna ieder lid van. Deze bank geeft voorschotten aan menschen, die een
eigen huis willen koopen. In Petten zijn dan ook nog maar zeer weinige huurwoningen, ieder gezinslid is daar haast eigenaar van
zijn huis.

5.      De Bond van Bouwvakarbeiders, afd. Petten, deel uitmakend dus van het Nederlandsch Verbond van
Vakvereenigingen. Hiervan is men eigenlijk gedwongen lid te zijn, daar men aan aangesloten bij de Vakvereeniging de voorkeur
geeft. Hij, die niet aangesloten is kan moeilijk werk vinden bij de zeeweringen.

6.      De afd. Petten van de Nerderl. Vereeniging tot afschaffing van alcoholhoudende dranken. In Petten zijn voor
zoo’n kleine plaats zeer veel geheel onthouders. Vroeger was dit anders, toen werd er veel alcohol gebruikt, toen werd het ook
toegelaten bij het werk. Dit mag thans niet meer. Door het werken van de onthoudersvereeniging en doordat er op school ook veel
over gesproken werd, zag men in dat het beter was geen alcohol te gebruiken. Dronkenschap en wat er veelal uit voortvloeit, n.l.
vechtpartijen is in Petten een zoo goed als onbekend iets. Dit gebeurt wel eens met Kermis, maar dan is dat te wijten aan niet -
Pettemers. Thans is er een herberg in Petten (vroeger 2). Toch is het cafebezoek vrij groot, vooral Zondags en ’s avonds in de week.
De jongemannen brengen daar hun tijd door met kaarten en biljarten. Dan wordt er wel door sommigen bier gedronken, maar lang
niet algemeen.

Dan is er verder nog een afdeeling van de Reddingmij en natuurlijk niet te vergeten de politieke vereenigingen. Ook de 
ontspanningsvereenigingen ontbreken er niet. Er bestaat een zangvereeniging, muziekvereeniging, gymnastiekvereeniging
en een toneelvereeniging.

Gymnastiek voor de kerk

Vooral deze laatste staat op zeer hoog peil, er worden goede stukken opgevoerd en er wordt uitmuntend gespeeld. Deze vereeniging
geniet dan ook een gunstige reputatie in de omgeving. Tenslotte bestaat er in dit kleine dorp nog een …… harddraverijvereeniging. 
Eenmaal in het jaar heeft de harddraverij plaats en wel tijdens de kermis, die in October plaats vindt. Deze kermis is een geweldige 
gebeurtenis in Petten. Veelal komt er dan een klein paardenspel in Petten. Na de harddraverij heeft er tot slot een vuurwerk plaats. 
Met de kermis komen er een massa buitenmenschen maar ook de Pettemers weten best wat pret maken is.

Van afschaffing van de kermis zooals tegenwoordig in veel gemeenten gebeurt, zal in Petten ook geen sprake zijn.


Harmonie 'Klimop' Petten, 1921

Harmonie 'Klimop' Petten, 1921.

Staande v.l.n.r.:                   

Dirk Brommer (1895-1977)
J
an Pieter (Jan) Schermer (1905-1951)     
Jaap Swart (1885-1963)
B
ouke Glas (1905-1981)            
Dirk van der Vlies (1890-1964)   
Hendrik (Henk) Vriesman (1888-1956)     
P
ieter (Piet) Koopman (1902-1972)
C
ornelis (Cees) Vriendjes (1898-1949) 
Jan Ploeger (1898-1976) 
E
lmert de Boer (1902-1989)     
Lourens Bijvoet (1900-1947)
A
ris van der Vlies (1897-1974)

Zittend v.l.n.r.:

Jan Schermer (1870-1941)
A
ndries Lambertus Zuidscherwoude (1876-1937)
Engel Roozing (1883-1946)
Burgemeester Hendrik Simon Eriks, hij speelde zelf niet mee, maar was de beschermheer (1876-1950)

Arie Kos, de dirigent (1893) Heerhugowaard 25-03-1893
Jan Vriendjes (1893-1976)
Gerrit Zwaan (1896-1981)

                                                (Genealogische gegevens Pieter (Piet) Schager (1940).


Zooals men ziet, bestaat er dus gelegenheid genoeg in Petten, zich aan ontspanningen over te geven. Zondags gaan de meeste
menschen bij elkaar op visite, dan bezoeken de getrouwde kinderen hun ouders, of men gaat wandelen op de dijk of langs het strand.
De jongeren gaan fietsen naar naburige gemeenten, zooals Bergen en Schoorl. Zeer weinigen gaan zwemmen, hoewel er gelegenheid
genoeg is. Het is wel eigenaardig dat ook Zondags het zeer mooie strand zoo goed als verlaten blijft. Als de jonge Pettemers naar het
strand willen gaan zij naar het strand waar veel menschen zijn en dit is dus in Camp of Bergen aan Zee.
’s Winters wordt er veel gekaart en gebiljart in de herberg. De voetbalvereeniging, die anders Zondags nogal veel mannelijke
Pettemers trok is kort geleden opgeheven.
                                                                                   
                                                                                           De gezondheidstoestand.

Deze is zeer goed. De menschen zijn zeer zindelijk. Bovendien is het voortdurend werken in de buitenlucht en in de zeelucht zeer gezond. 
De mannen, die aan de dijk werken, zien er dan ook gezond uit. Het werk is wel zeer zwaar, maar vol afwisseling, bovendien is het werk
soms zeer moeilijk en onder ongunstige omstandigheden zooals harde wind en strenge koude. Maar zij werken onder gunstige
arbeidsvoorwaarden en zijn ook tevreden. Van ziekten, die voortvloeien uit het werken aan de dijk is geen sprake. In dacht eerst, dat
vooral de ouderen wel last zouden hebben van rhumatiek, maar de gemeentearts verzekerde mij, dat dit niet meer het geval was dan in
andere plaatsen. De menschen in Petten worden over het algemeen oud, er zijn altijd wel eenigen boven de 90 jaar. Besmettelijke ziekten
komen in Petten niet voor, zooals de geneesheer mij vertelde is dit regel in kustplaatsen. Een uitzondering op deze regel vormt toch een
kleine typhusepidemie in 1923. 3 gezinnen leden toen aan die ziekte, die zelfs 2 slachtoffers geeischt heeft. Een algemeene inenting had
toen plaats. Ook kwam er in dat jaar een duinwaterleiding. Voor dien tijd was er een gemeenschappelijke dorpsput, of men had een eigen
regenbak of welwaterput. Na dien tijd zijn er geen besmettelijke ziekten meer in Petten geweest, zelfs geen gevallen van roodvonk.

Wat de taal en de kleederdracht betreft is er niets bijzonders te vermelden. De echte W.Friese kleederdracht is totaal verdwenen men
vindt er de typische Noord Hollandsche kappen niet meer, zelfs niet bij de oudste vrouwen. Opvallend is dat er vrij zuiver Nederlandsch
gesproken wordt, vooral door de jonge menschen. Ook hier is van het W.Friesche dialect weinig meer te bespeuren.

Van bepaalde typische gebruiken en gewoonten heb ik niets vernomen. Jaarlijksche gebruiken als het vieren van St. Maarten en het
houden van een Koninginnevuur op 31 Aug. komen overal in de omgeving voor. Wat dit laatste betreft het volgende: Dagen te voren
begint de jeugd brandbaar materiaal bijeen te slepen. Als het goed donker is wordt de brandstapel op een hooge duintop aangestoken.
Dit levert dan een zeer fantastisch gezicht op, vooral in de omgeving tot zeer ver in W.Friesland ziet men dan deze vuren vanaf de duintop.
De kinderen dansen en springen er dan om heen en zingen een paar liedjes, veelal zijn dit echter straatliedjes.


                            Stuifduinen


Bij een begrafenis gaat het als het volgt toe: Het geldt voor burenplicht iemand de laatste eer te bewijzen, dus geen aansprekers, 
geen koets, geen rijtuigen, maar de begrafenis wordt verricht door de vrienden en de buren zelf. Het maakt misschien geen plechtige
indruk, maar spontaner, welgemeender is het zeker wel. Als de stoet passeert, doet men als teeken van rouw, de gordijnen of de luiken
dicht. Ook is het gewoonte, dat getrouwde menschen door getrouwde mannen en jonge menschen door jonge mannen naar het graf
gedragen worden.

Tot slot nog een enkel woordje over de toekomst van Petten, vooral als aantrekkingspunt van vreemdelingen. Petten is als vacantieoord
nog maar kort geleden ontdekt. Toch neemt nu het aantal pensiongasten langzaam maar zeker toe. Dit jaar waren er ongeveer 50
pensiongasten. Sommigen ervan waren hier dit jaar voor de 8ste maal. Anderen, die hier voor het eerst waren, verkondigden enthousiast
dat ze hier vast terug kwamen. Een dergelijke geestdrift is ook geen wonder, want Petten heeft een prachtig breed strand. De duinen zijn
niet breed maar ze zijn zeer mooi, bovendien heeft men er vrije toegang in. Door de zoute wind groeit er echter in het dorp geen enkele 
boom, hoogstens een paar heggen van boksdoorn.


Duinflora


Uitgave Kring van Vrienden van de
Hondsbossche, 4e uitgave (1984)


De Hondsbossche

Titel : Het leven buiten- en binnendijks
Auteur(s) : Cor Eijerman

Hetgeen verder een verblijf in Petten zeer aangenaam maakt is de zeer sympathieke, gulle en hartelijke bevolking. Men maakt dadelijk
deel uit van de kleine gemeenschap. De menschen vertellen graag, vooral de oude Pettemers raken niet gauw uitgepraat over de
toestanden van vroeger, van hun helden-daden met de reddingboot enz. Petten is een ideale plaats voor hen, die rustig van de zee
willen genieten en het echte gemoedelijke dorpsleven willen meeleven. Ook is er een prachtige gelegenheid om te kampeeren. 
Bovendien is in Petten in dit jaar één der eerste jeugdherbergen van Nederland geopend, genaamd de “Zevensprong”. Dit is niet
alleen voor de jeugdbeweging, maar ook voor de gemeente van zeer groot belang. Men is er nu van verzekerd dat er jaarlijks honderden
jonge menschen komen, die er met volle teugen van hun vrijheid genieten kunnen, ver weg van het drukke stadsleven, maar ook ver weg
van andere vacantieoorden, waar men soms allesbehalve rust vindt. Zooals de zaken nu staan belooft Petten nog veel voor de toekomst,
het is evenwel te hopen, dat die vooruitgang geen nadeelen mee zal brengen voor de eenvoud en gemoedelijkheid van Petten en zijn
bewoners.



Jeugdherberg Petten




                                                   
Petten op klompen
Fotoserie 1000.
Fotoserie 2000.
Fotoserie 3000.

Op deze pagina staan foto's waarvan ik het Wie / Waar en/of Wanneer nog niet weet. Weet u het ?